Schermsport

An ordinary day in the life of a fencer?

 

Binnen de schermsport kennen we een drietal wapens (lees: disciplines): de floret, de degenen de sabel. Elk wapen kent heeft zijn eigen spelregels. Zo zijn onder andere de trefvlakken voor elke discipline anders.

 

Alle disciplines kunnen door alle leeftijden beoefend worden.

Floret

 

 

Uit het Frans waar het wapen de naam fleur (bloem) kreeg vanwegen de bloemvormige knop van de punt. De scherpe punt van dit wapen werd omkleed met een stukje leer gevuld met paardehaar. De puntjes van dit stukje leer leken precies op bloemblaadjes waardoor dit wapen de “bijnaam” Fleur kreeg.

Oorspronkelijk was dit wapen een oefenwapen van de degen en veel lichter en flexibeler dan de degen. In het begin van de zeventiende eeuw kwam de floret in gebruik als oefenwapen, maar werd pas in de 18de eeuw gebruikt voor het duel. Het waren  met name de Fransen die dit wapen introduceerde (alhoewel het in Italië al bekend stond als ‘de zwarte degen’).

Dit jongste wapen blijkt onder de schermwapens van tegenwoordig het populairst, terwijl het qua schermtechniek toch het meest complexe wapen is. Ook hier wordt er gestreden op een loper van 14 meter. In tegenstelling tot degen, heeft men hier te maken een kleiner trefvlak en met aanvalsrecht.

Het trefvlak van de floretschermer betreft de romp van de tegenstander (armen en hoofd uitgezonderd). Treffers die hierbuiten worden gemaakt zijn niet geldig. Voorts zijn treffers doorgaans alleen maar geldig indien er aanvalsrecht geldt, vooral dit laatste maakt het floret met name een tactisch wapen.

De floret weegt maximaal 500 g en heeft een lengte van maximaal 110 cm. De kling, het deel van het wapen tussen de punt en de kom (de schijf die hand en pols beschermt), is zeer buigzaam en meet 90 cm.

 

Degen

Van het Oud-Frans dague (in het Engels dagger) de eigennaam voor een steekwapen met een puntig toelopende kling. In zowel het Engels als het Frans luidt de feitelijke vertaling in het Nederlands ‘dolk’. Waarschijnlijk heeft dit niet zozeer met de lengte van het wapen te doen gehad, maar met de aard van het gebruik.

In tegenstelling tot de oudere slagzwaarden werd er met dit ‘nieuwere’ wapen voornamelijk gestoken. Het werd dan ook meer een wapen voor de individuele strijd. In loop van de 15e en 16e eeuw ontwikkelde het zich namelijk als wapen in de strijd om de eer van Italiaanse en Franse edelen.

De moderne degens zien er wel wat anders uit. Tegenwoordig strijdt men tegen elkaar op een loper van 14 meter. Hierbij is het de bedoeling dat men zoveel mogelijk treffers maakt op het trefvlak van de tegenstander (deze worden elektronisch geregistreerd).

Voor degenschermers is verder bepaald dat het gehele lichaam trefvlak is en dat men geen rekening hoeft te houden met aanvalsrecht. Degenschermers benaderen daarmee het meeste het idee van het ouderwetse duel op leven en dood, immers; iedere treffer telt!

De degen weegt maximaal 770 g en de kling is iets minder buigzaam dan de kling van een floret. De kom van een degen is groter en dieper dan een floret kom.

 

Sabel

Afgeleid van het Hongaarse szablya, hetgeen een gebogen slagwapen was met één snede.

De oorspong van dit wapen moeten we in het Oosten zoeken en is nauw verwant met het Turkse Kromzwaard. Ook dit wapen ontwikkelde zich vanaf de 15de eeuw tot duelwapen. Gezien de bravour van het houwen is dit wapen met name in zwang gebleven in militaire kringen.

Ook vandaag de dag maakt het sabelschermen nog voldoende indruk, al wordt ze het minste beoefend van de drie schermdisciplines. Ook hier is de loper weer 14 meter en geldt er net als bij floret het aanvalsrecht.

Het trefvak betreft hier alles wat zich boven de heupen bevindt. Aangezien het hier een slagwapen betreft wijkt de schermtechniek voor dit wapen behoorlijk af van de beide andere wapens.

De sabel weegt maximaal 500 g en heeft de meest buigzame kling van de drie schermwapens. De totale lengte van het wapen bedraagt maximaal 105 cm, die van de kling maximaal 88 cm. De kom beschermt de hand ook tegen een houw.